Vanuit het Gewest

Het komt, met alle respect, niet vaak voor dat op een gewestelijke vergadering zaken worden besproken die een verslag in onze Nieuwsbrief waard zijn. De vergadering van 22 april was daarop echter een uitzondering.
Belangrijkste agendapunt was de discussie over het rapport van de commissie Ouwerkerk. Hans Ouwerkerk had onderzocht wat er precies misging tijdens de crisis in de coalitie in Provinciale Staten van vorig jaar, en deed aanbevelingen om een dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen.
Ik loop de conclusies met u na, en geef daarbij een samenvatting van de discussie die zich daarover ontspon. Vooraf is het belangrijk te melden dat alle conclusies uit het rapport zowel door het bestuur van het Gewest als door de fractie in de Provinciale Staten werden overgenomen.

De PvdA moet zo snel mogelijk terug in het college van Gedeputeerde Staten.
Hierover was iedereen het (uiteraard) eens. De fractie in de Provinciale Staten, inmiddels dus oppositie, gaf aan dat de samenwerking met de ex-coalitiegenoten inmiddels weer goed is.

Er moet een betere samenwerking komen tussen het (bestuur van) het Gewest en de fractie in de Provinciale Staten.
Probleem hierbij is dat het gewest, en ook het bestuur daarvan, zowel binnen de landelijke partij als bij de afdelingen niet veel status heeft, en daardoor voor de fractie nauwelijks als gelijkwaardige gesprekspartner werd gezien.

De positie van het Gewest binnen de Partij moet worden verstevigd.
Een logisch gevolg van de vorige conclusie, maar een ervaren lid van het Gewestelijk bestuur merkte op dat de huidige status van het Gewest al tientallen jaren niet is veranderd. Versteviging van de positie lijkt op korte termijn daarom niet haalbaar. Illustratief hiervoor was het gebrek aan steun van de landelijke partij toen de fractie hierom vroeg tijdens de crisis. Voor CDA en CU werden zelfs ministers ingeschakeld om advies te geven. Onze landelijke partij liet weinig tot niets van zich horen. Volgens Lilianne Ploumen, hoort dat ook zo. De landelijke partij moet zoveel mogelijk aan afdelingen en gewesten overlaten. De fractie in de Provinciale Staten heeft zich in ieder geval onvoldoende gesteund gevoeld.

In het bestuur van het Gewest en als voorzitter van de fractie in de PS moeten mensen van statuur en “met een gezicht” worden gekozen.
Het kan zinvol zijn voor de informele contacten als de voorzitter van het Gewest een (ex-) bestuurder is die veel mensen van andere partijen kent.
Zowel de fractievoorzitter als de voorzitter van het Gewest zijn bereid consequenties te trekken uit deze vervelende geschiedenis. Wanneer zij zullen aftreden hangt van verschillende factoren af. Zo zijn er september van dit jaar bestuursverkiezingen voor een nieuw Gewestelijk bestuur. Het huidige bestuur is in haar geheel aftredend en gedeeltelijk herkiesbaar. In mei kunnen leden zich kandidaat stellen. “Mensen met statuur” worden nadrukkelijk uitgenodigd om zich kandidaat te stellen.
Wim Bos geniet nog steeds veel vertrouwen als fractievoorzitter.

Het gewest moet een spilfunctie krijgen tussen Provincie, lokale afdelingen en de landelijke Partij.
Het huidige bestuur probeert die spilfunctie ook te bewerkstelligen, bijvoorbeeld door het organiseren van debatten over onderwerpen die voor lokale bestuurders van belang zijn. Ook de scouting van nieuw talent zou een belangrijke functie van het Gewest kunnen zijn. Eén van de aanwezigen merkte op dat het vooral belangrijk is dat het Gewest een “geoliede machine” wordt, zoals het CDA die heeft. Hiervoor is het ook belangrijk zoveel mogelijk partijgenoten in besturen van maatschappelijke organisaties te hebben zitten.

Joost Mink