Mijn laatste week als wethouder en dus ook de laatste keer dat ik dit
weekboek schrijf. Het is meteen nog een korte week ook, omdat hij begint
met de vrije tweede Paasdag.
Dinsdag 6 april nog een “gewone” collegevergadering, waarin
met taart wordt bedacht dat het de laatste vergadering in deze samenstelling
is. Een van mijn onderwerpen is de herziening van de Welstandsnota.
Dat is een technische aanpassing van de nota. In feite worden daarin
de regels toegevoegd die in de loop van de afgelopen jaren zijn vastgesteld,
bijvoorbeeld met betrekking tot de Tabaksteeg. Omdat in de collegeonderhandelingen
de beëindiging van de deelname aan de provinciale Welstandscommissie
als gespreksonderwerp voor de komende periode is opgekomen, staan we
wat langer bij dit onderwerp stil. Ik ben ervan overtuigd dat deze technische
aanpassing de politieke discussie niet in de weg staat. Er zal altijd
een vorm van welstandsbeoordeling blijven bestaan. Of dat nu gaat via
een Welstandscommissie of een beeldkwaliteitsplan, je heb altijd criteria
nodig en die staan in deze nota. Het college is het ermee eens en we
stellen het plan dus vast.
Aan het einde van de vergadering staan we even stil bij mijn afscheid.
Dat is maar even, omdat wij als college komende vrijdag nog samen gaan
eten.
Op woensdag heb ik overleg met het hoofd van de afdeling Ruimtelijke
Ontwikkeling en de medewerker Wonen over een concept overdrachtsnotitie
die door de Woningstichting is geschreven. We vullen de tekst aan en
de medewerkers zullen ervoor zorgen dat die aanvullingen met de Woningstichting
worden besproken.
Vervolgens lunch ik met de afdeling Ruimtelijk Beheer. Tijdens de lunch
spreken we over wat er de afgelopen vier jaar is bereikt, de ambities
die in het coalitieakkoord staan en de veranderingen die er voor de
afdeling staan aan te komen. We staan vrij lang stil bij het feit dat
de beslissingen die de politici nemen niet altijd volgens de rationele
lijnen van de medewerkers verlopen. Daar bestaat vaak onduidelijkheid
en onbegrip over. Ik raad de medewerkers daarom aan om de raad nog beter
te informeren en zich verder te verdiepen in de logica van de politiek.
Na de lunch een lang gesprek met Tijs Rolle, de nieuwe wethouder. Hij
krijgt uit mijn portefeuille als grote onderwerpen milieu en sociale
zaken. We staan lang stil bij inhoudelijke aspecten van deze onderwerpen.
Ik ben ervan overtuigd dat Rolle er nog een flinke klus aan krijgt.
Immers, de samenwerking met Amersfoort op het gebied van sociale zaken
ligt bij de raad gevoelig. Verder denk ik dat Rolle alle zeilen bij
moet zetten om het milieubeleid overeind te houden tijdens de bezuinigingsronde
die er staat aan te komen. Ik hoop van harte dat hij het er goed van
afbrengt.
De donderdag gebruik ik om mijn kamer leeg te ruimen, de computer leeg
te maken, de telefoon, sleutels en mijn toegangspasje terug te geven.
In mijn ongezellig lege kamer ontvang ik nog één medewerker
die mij bedankt voor de samenwerking. Verder regel ik nog met de medewerkers
van de Milieustraat dat kapotte en daarom weggegooide telefoons voortaan
naar het Comité Milieuzorg Leusden (CML) gaan, die ze zal verkopen
en het geld aan een goed doel zal besteden. Dat is meteen mijn laatste
officiële daad.
’s Avonds benoemt de raad de nieuwe wethouders en ben ik dus weer
ambteloos burger. Dat voelt vreemd.
Vrijdag is mijn eerste ambteloze dag. Ik schrijf dit laatste weekboek
en ga vanavond nog dineren met het “oude” college. Volgende
week woensdag ga ik koken en eten met de naaste medewerkers en op 27
april is het officiële afscheid van alle medewerkers en de externe
relaties. Tussendoor zal ik nog wel eens overleggen met leden van het
nieuwe college als zij van mij informatie willen over portefeuilleonderdelen
die zij van mij hebben overgenomen.
Dit is dus mijn laatste weekboek. Ik dank Marlies Verhoef, die mijn
bijdragen steeds heeft gelezen voordat zij het net op gingen. Ik dank
Mark de Graaff die elke week dit weekboek op de site zette. Maar, ik
bedank vooral mijn lezers voor het lezen en reageren.
Ik wens u en Leusden alle goeds.