Column
12 mei, Joost van Herpen
Leusden
en de toekomst
Raadsleden
worden gekozen om de bevolking te vertegenwoordigen.
De gemeenteraad geeft dit onder meer vorm door aan het college van burgemeester
en wethouders, het dagelijks bestuur van de gemeente, kaders mee te geven
voor het te ontwikkelen beleid. Vraag is of in de praktijk altijd conform
dit model gehandeld wordt en zoniet waartoe dat dan kan leiden?
Een
paar weken terug vond er in de Leusdense gemeenteraad een debat plaats
over een mogelijk fusieproces van een aantal buurgemeenten in de Valleistreek.
Woudenberg, Renswoude en Scherpenzeel (WRS gemeenten) zijn met elkaar
de mogelijkheid aan het verkennen om gezamenlijk een nieuwe gemeente te
vormen. Een dergelijk voornemen vraagt in elk geval om alertheid en nadenken
aan de Leusdense kant.
Als bij wijze van spreken in je achtertuin zulke toekomst bepalende processen
zich afspelen dan wordt het echt tijd voor nadenken in eigen (gemeente-)huis.
Of misschien nog beter, had Leusden al niet in een veel eerder stadium
moeten nadenken over de bestuurlijke omgeving?
Feit is dat een poging om met de Vallei gemeenten tot samenwerking te
komen mislukt is door het afhaken van de gemeente Barneveld. Ook de samenwerking
in Eemland verband staat ter discussie.
Aan de andere kant is onmiskenbaar de tendens aanwezig om de gemeenten
steeds meer te zien als de eerste overheid. Een eerste overheid die ook
in toenemende mate taken overneemt van de rijksoverheid. Dit proces noodzaakt
op zich al tot nadenken over de vraag of de huidige omvang van de gemeente
Leusden en de kwaliteit van het ambtelijke apparaat toekomst bestendig
zijn?
Één en één is dan al snel twee.
Het gesnuffel aan elkaar en de wetenschap dat nog meer taken op het gemeentelijke
bordje gelegd gaan worden nopen tot huiswerk. Huiswerk in de zin dat we
in Leusden een bestuurskrachtmonitor opstellen die ons inzicht verschaft
hoe we er nu en in de toekomst voor staan. Wat moeten we aan bestuurlijke
capaciteit en ambtelijke ondersteuning in huis hebben om ook in de toekomst
de burger optimaal te kunnen bedienen? Welke samenwerking of schaalvergroting
in de vorm van een gemeentelijke fusie is dan voor de hand liggend? In
geval van fusie, fusie met wier dan?
Ook zal nadrukkelijk in de bestuurskrachtmonitor bezien moeten worden
of Leusden ook in de toekomst zelfstandig de boontjes kan blijven doppen.
Met andere woorden er moet breed gekeken worden naar de bestuurlijke toekomst
van onze gemeente.
Op basis van de uitkomst van de bestuurskrachtmonitor, uiteraard na hierover
met de Leusdenaar in debat te zijn geweest, moet de gemeenteraad kaders
stellen voor het vervolgproces.
Hoewel
het bovenomschreven proces logisch lijkt leert de praktijk ons anders.
Zonder te weten wat Leusden precies wil wat de toekomst betreft, probeert
het college van burgemeester en wethouders via de achterdeur in te breken
in lopend onderzoek naar een fusie van de WRS gemeenten in de Vallei.
Dat Leusden dan als een vervelende stoorzender wordt ervaren hebben we
in alle toonaarden in de lokale media kunnen lezen.
Gemeenteraad
en college moeten snel aan de slag met de bestuurskrachtmonitor. Zodra
deze ter tafel ligt moet door de gemeenteraad aan het college aangegeven
worden wat de kaders zijn voor het vervolg.
Intussen zou het goed zijn bij de buurgemeenten, in afwachting van dit
proces, een charme offensief te starten om straks via de voordeur eventuele
gesprekken over samenwerking/samengaan op te starten en tot een goed einde
te brengen.
Voor zowel het college als de fracties in de raad is het raadzaam met
hun kompanen in de Vallei gemeenten de contacten wat aan te halen met
het oog op een eventuele gezamenlijke toekomst!
Joost
van Herpen
Raadslid PvdA
oude
columns
|