Column
1 mei 2011, Kees de Kruijf

Nieuwe provinciale coalitie een feit, PvdA buiten spel!

In de aanloop tot de provinciale verkiezingen op 2 maart was er het vertrouwen dat de PvdA minimaal een redelijk verkiezingsresultaat zou behalen en redelijkerwijs dus ook aan zou kunnen schuiven voor de gesprekken over een nieuw College van Gedeputeerde Staten. De campagne werd in de hele provincie door heel veel mensen dan ook met heel veel enthousiasme gevoerd.
De uitslag op 2 maart viel met zeven zetels ook niet tegen. Natuurlijk hadden we er liever acht of meer gehad , maar gezien de landelijke trend waren we tevreden met onze positie als tweede partij in de Staten van Utrecht.

Welgemoed is de nieuwe fractie zich in de dagen na 2 maart dus gaan voorbereiden op de gesprekken die ongetwijfeld zouden komen!
Dat viel dus bitter tegen, want al in het eerste (en na later bleek ook laatste) gesprek werd onmiddellijk duidelijk dat CDA en VVD elkaar “stevig vasthielden” en de voorkeur gaven aan een coalitie met een tweetal wat kleinere partijen, GrLi en D66.

En na een drietal weken onderhandelen hebben CDA, VVD, D66 en GrLi op 4 april vervolgens een nieuw provinciaal coalitieakkoord gepresenteerd. Het akkoord gaat uit van drie pijlers: focus op de kerntaken, vertrouwen in de samenleving en een oplossingsgerichte overheid.
Als kerntaken worden geformuleerd de economische ontwikkeling, de ruimtelijke ontwikkeling, de natuur en het landschap, de bereikbaarheid en het cultuur historisch erfgoed.

Tot zover niks mis mee, zou je kunnen zeggen.

Bij het nauwkeurig doorlezen van het akkoord en naarmate de inhoud scherper op het netvlies komt te staan, moet echter helaas een andere conclusie getrokken worden.
Het is een coalitie geworden van ongelijke partijen, waarin CDA en VVD overduidelijk de boventoon voeren en waarin D66 en GrLi heel veel hebben geaccepteerd om erbij te mogen horen. Dat is terug te vinden in de verdeling van de portefeuilles (alle vier voor de provincie Utrecht belangrijke kerntaken liggen bij CDA en VVD), in de kwaliteit van de teksten van het akkoord (Hoofdstuk 7, Bodem, water en milieu, omvat bijvoorbeeld welgeteld 15 regels. Hoofdstuk 5, Mobiliteit, 3 pagina’s!) en de verdeling van het geld over de verschillende portefeuilles.
De PvdA in de Staten heeft dan ook een uiterst kritische bijdrage geleverd aan het Statendebat over dit akkoord op 18 april.

Zo zijn wij absoluut ontevreden over het feit dat deze coalitie zich volstrekt niet meer zal bemoeien met het soort woningen dat gebouwd wordt. Was er tot nu toe bijvoorbeeld aandacht voor woningen voor mensen met een laag inkomen, voor starters en voor senioren, dit provinciebestuur houdt zich verre van elke bemoeienis. Ook de in de afgelopen periode uiterst succesvolle startersleningen die vele jongeren aan een woning hebben geholpen, blijven bij dit provinciebestuur volledig uit beeld.

In het op zich redelijk omvangrijke hoofdstuk over economie in de provincie wordt met geen woord gerept over werkgelegenheid voor kwetsbare mensen met een lagere opleiding of een beperking. Juist in deze tijd waarin door Rijksbeleid in de Sociale Werkvoorziening duizenden banen zullen verdwijnen, vindt de PvdA het pijnlijk te moeten constateren dat deze coalitie daarvoor blijkbaar elke verantwoordelijkheid ontbeert.

Onderwerpen als bijvoorbeeld vergrijzing of duurzaamheid, die beide in de komende jaren een belangrijke rol zullen spelen en waarbij de provincie bij uitstek ook een verantwoordelijkheid heeft, worden niet of nauwelijks genoemd. En op het terrein van de Jeugdzorg, die de komende jaren in z’n geheel van de provincie over zal gaan naar de gemeenten, wordt nadrukkelijk gemeld dat de provincie geen eigen initiatief zal ontwikkelen, maar passief het Rijksbeleid zal volgen.

Opmerkelijk is verder nog dat grote bedrijven voor intensieve veehouderij, zogenaamde Megastallen, vier weken voor de verkiezingen nog volstrekt onaanvaardbaar waren voor D66 en GrLi, terwijl ze nu in het akkoord gewoon weer toegestaan worden.

Waar we als PvdA overigens wel weer blij mee zijn is dat afgesproken is dat er nog drie ecoducten worden aangelegd. In een tijd dat CDA en VVD landelijk de natuur volledig afbreken, is dat een goed initiatief. Maar het is erg jammer dat er voor deze ecoducten (nog) geen geld beschikbaar is.

Het zal duidelijk zijn dat we graag zelf in het dagelijks bestuur van de provincie een rol hadden willen spelen. We zijn er van overtuigd dat dat ook beter voor de provincie zou zijn geweest. Nu dat niet het geval is, hadden we graag een sterke inbreng van GrLi en D66 gezien. Ook dat is echter volstrekt niet het geval. Dat vinden wij heel jammer, vooral voor de inwoners van de provincie Utrecht die de komende jaren de gevolgen zullen voelen van dit beleid.

De PvdA maakt zich daarom op voor een periode van noodzakelijke en stevige oppositie, daar zijn we klaar voor!

Kees de Kruijf
Fractievoorzitter Statenfractie PvdA


oude columns